Stel, je bent 19 en je wordt door moruti (dominee) gevraagd om de zondagschool voor de kinderen te leiden. Je vindt kinderen wel leuk, maar je hebt nog nooit echt met ze gewerkt. Je leest wel in de Bijbel, maar veel verhalen ken je zelf ook niet zo goed. En nu moet je die verhalen ineens aan kinderen gaan vertellen! Waar en hoe moet je beginnen?

Daar is dan de zondagschoolworkshop voor die ik een paar weken geleden gaf. Om de (meestal) jongeren die de kinderen onderwijzen op weg te helpen.

Er waren acht deelnemers uit vier verschillende zendingsgemeentes. We lazen samen Ps 78 en ik legde wat uit over vooral vers 5: “We will tell the next generation the praiseworthy deeds of the LORD. His power, and the wonders He has done.” Hoe belangrijk vindt God het dat wij alles over Hem doorvertellen aan de kleintjes!

Iedereen vertelde hoe het in zijn/haar groep op dit moment ging, we baden voor elkaar, ik leerde de leiders krantenmeppertje en personen raden (zondagschool hoeft niet alleen maar serieus te zijn), en we bereidden samen de les van de volgende zondag voor, over Genesis 1 en 2.

Eerst goed het verhaal in de bijbel lezen natuurlijk, en jezelf vragen stellen. Hoe zou dat geweest zijn, die donkere aarde met niks erop? Wanneer wordt Eva nou precies geschapen? Waarom eerst licht/water/planten en dan dieren en mensen? Waarom zoveel verschillende soorten dieren en planten?

Daarna proberen in eenvoudige taal er een verhaal van te maken dat voor kinderen begrijpelijk is en waarin ze over God kunnen leren en van Hem leren houden. Maar niet alleen dat, het moet ze ook nog eens boeien! Dat kun je o.a. doen met je stem, mimiek, gebaren. Je moet het verhaal voor je ogen zien gebeuren en dan aan de kinderen vertellen wat je zelf ziet.

Ik vroeg de jongeren om voor zichzelf te bedenken hoe ze het gedeelte zouden vertellen dat Adam de dieren een naam geeft en dat Eva geschapen wordt.

Wilde iemand het voor de groep vertellen? Niemand. Dan maar in groepjes van drie naar buiten, en aan elkaar vertellen. Ik zou het zelf ook nooit gedurfd hebben hoor, voor een groep doen wat je nog maar net zelf aan het proberen bent.
Ik liep rond tussen de groepjes en zag veel moois. De jongeren durfden te vertellen – de een wat uitbundiger dan de ander – en gaven elkaar feedback. Sommigen voelden zich vrijer als ze de oefening in hun eigen taal konden doen. Prima, hun collega’s verstonden hen wel. Ik niet, maar ook weer wel: door de mimiek en gebaren! Ze hadden de les dus goed opgepikt. Zij en ik hadden er plezier in.

Bij elk bijbelverhaal dat de komende tijd verteld zou worden, was er voor de teachers een instructieblad, een voorbeeldverhaal en een kleurplaat. Maar af en toe is er in plaats van een kleurplaat een werkje. Die werkjes liet ik de leiders alvast maken, zodat ze een voorbeeld zouden hebben. Er werd erg hard gewerkt. Alles werd minutieus mooi gekleurd (in vergelijking daarmee maak ikzelf me er altijd maar met een Jantje van Leiden van af…) Er werd ook serieus en vrolijk werk gemaakt van het knippen en in elkaar zetten.

Het was een goede ochtend. En nu hopen en bidden dat deze zondagschoolleiders bidden om liefde en doorzettingsvermogen om met de kinderen te werken.

 

Rinette Boersma-Werkman