Al drie jaar lang heeft Soleil pijn. Elke dag. Hij kan niet ver lopen en kan bijna niet zitten. Het gebeurde bij aankomst in Zuid Afrika in 2014. Hij liftte uit Congo op een vrachtwagen mee. ‘s Nachts, toen ze in Durban aangekomen waren, riep z’n vriend: ‘We zijn er!’. Soleil schrok wakker en sprong direct van de vrachtwagen af, voordat die weer op zou trekken. Maar hij was vergeten hoe hoog de vrachtwagen was en de kogel die z’n bovenbeen in z’n heup laat draaien, verbrijzelde. Na verloop van tijd is z’n rechterbeen twee cm korter geworden. Hij loopt mank, zit altijd scheef onderuit, en heeft constant pijn.

Als hij nou eens een nieuwe heup zou kunnen krijgen! Verlost van die pijn – wat een opluchting zou dat zijn! Dan kan hij ook werk gaan zoeken. Dat zou een uitkomst zijn voor onze gemeente, want we geven zijn gezin diaconale hulp. Dat houden we niet eindeloos vol.

Maar Soleil is Congolees. Buitenlanders zijn in ZA niet welkom. Ze worden met de nek aangekeken en gediscrimineerd. Elk jaar is er wel weer een optocht van xenofoben (vreemdelingenhaters) die  buitenlanders de schuld geven van de werkloosheid en de misdaad.

Een heupoperatie zal waarschijnlijk nooit gebeuren. Hij krijgt wel twee schroeven in z’n been, maar een afspraak voor een operatie zit er al jaren niet in. Soleil blijft maar hopen. Hoe krijgt hij dat toch voor elkaar?

In onze diensten en tijdens gebedsmeetings hebben in die tijd vaak voor hem gebeden. God kan genezen – pats, meteen. Of hij kan een operatie daarvoor gebruiken. Allebei beschouw ik als gebedsgenezing. We bidden niet alleen voor genezing. Hij heeft ook bemoediging, geduld en geloof nodig, om het aan te kunnen.

Opgetogen

Dan, eindelijk een lichtpuntje. Hij komt opgetogen vertellen dat hij een afspraak in het ziekenhuis gekregen heeft. Dat betekent dat hij geopereerd gaat worden! Ik ga met hem mee om hem te steunen. En misschien wordt hij ook niet zo gauw afgepoeierd als er iemand bij hem is die voor hem navraag doet. Z’n Engels is tenslotte niet zo goed.

Ik loop samen met hem door de gang van Steve Biko ziekenhuis naar de luchtbrug die naar de orthopedie leidt. We zitten een half uur in de wachtkamer. Dan blijkt dat hij eerst beneden had moeten registreren. De lift in, strompel, strompel terug. Vriendelijk de dame bij het loketje te woord staan. Dan weer terug, weer strompelen, de lift in, en daar zitten we dan weer op dezelfde plek, nu gewapend met een formulier en een plakarmbandje die om z’n arm gaat voor de ziekenhuisopname.

Om 11 uur moet ik weg. Ik heb nog een andere afspraak (daar ben ik eigenlijk ook wel blij om), en daarna ik moet de kinderen van school halen. Op weg naar de uitgang lees ik een bemoedigende aankondiging: ‘You can expect to wait 180 minutes for the service. Thank you for your patience.’ Je leest het goed: honderdtachtig. Lekkere plek, dat Steve Biko. Een kijkje naar binnen bij de apotheek. Daar hebben ze wijselijk maar helemaal geen bordje met wachttijd opgehangen.

Beteuterd

Nadat ik de kinderen van school gehaald heb (het is nu 1 uur), bel ik Soleil weer om te horen hoe het gegaan is.

‘Ze hebben mijn afspraak drie maanden uitgesteld’ zegt hij beteuterd. Er was zeker een noodgeval, en zijn operatie was niet dringend genoeg. Of zou er iemand omkoopgeld betaald hebben? De 180 minuten wachttijd bij de andere afdeling klinkt opeens zo slecht nog niet. Ik haal hem weer op en we brengen hem naar huis. Ik loop even mee naar boven om z’n vrouw en hem te bemoedigen en samen te bidden. Voor we naar huis gaan, willen onze kinderen graag met hem op de foto. Hij kan nog lachen. Knap! Maar zou die operatie ooit gebeuren?

(wordt vervolgd. Oefen maar even in het wachten.)

Ds DM Boersma