Deze zomer trouwde een neef van mij. Het was een prachtige dag en zowel de bruid als de bruidegom straalden van geluk. Tijdens een mooie kerkdienst gaven ze elkaar hun ja-woord en kregen ze Gods zegen. Ik luisterde geboeid en aandachtig naar wat er gezegd werd over het huwelijk en de verhouding tussen man en vrouw. Niet in de laatste plaats omdat ik daar zat met m’n eigen vrouw en kinderen. Daarnaast ook omdat ik kort daarvoor een boek had gelezen over ‘Bijbels vrouw-zijn.’ Over dit thema vertel ik graag nog wat meer.

Aan elkaar gegeven

Het boek is geschreven door Beth Allison Barr en heet ‘The Making of Biblical Womanhood’. De centrale stelling van de auteur is dat het idee dat mannen door God geroepen zijn om leiding te geven en dat vrouwen geroepen zijn om te volgen niet Bijbels is, maar een vorm van patriarchaal denken dat hoognodig afgeschaft moet worden. De Amerikaanse situatie is anders dan die van ons in Nederland, maar ook bij ons speelt dit onderwerp. In de evangelicale wereld die dr. Barr beschrijft is er een normatief rolpatroon tussen man en vrouw waarbij vrouwen geen gezag mogen hebben over mannen (en jongens vanaf 12 jaar) en geacht worden te trouwen en voor hun man – en als God het geeft hun kinderen – te zorgen. Uiteraard is er binnen dit gedachtegoed geen ruimte voor vrouwen die preken of een ambt bekleden. In Nederland ken ik deze overtuigingen vooral uit ons eigen kerkelijke verleden. Maar de vraag of vrouwen ouderling of dominee of diaken mogen worden heeft hier alles mee te maken èn stelt het op scherp. Is het een restant van patriarchaal denken om te zeggen dat dit niet mag, òf zijn we in Nederland en masse gezwicht voor het feminisme en is het tijd om terug te keren naar Bijbelse verhoudingen? We zijn als mannen en vrouwen aan elkaar gegeven. Maar hoe?

Wat de geschiedenis leert

Ideeën doen er toe. Dat laat de geschiedenis zien. Verder zien we dat patriarchale structuren door de eeuwen heen dominant zijn. We zien de argumenten die daarvoor worden aangedragen en de vormen waarin het zich voordoet van tijd tot tijd verschillen. De schrijfster doceert geschiedenis en is gespecialiseerd in de Middeleeuwen. Ze schetst een ontwikkeling waarin christelijke vrouwen onder invloed van Grieks denken werden gezien als misvormde mannen en waarin lichamelijkheid en seksualiteit als minderwaardig en verdacht werden beschouwd, waardoor het celibaat voor zowel mannen als vrouwen het nieuwe ideaal werd. Tijdens de Reformatie veranderde dit, maar het herontdekte priesterschap van alle gelovigen betekende helaas niet dat vrouwen nu ook alle ambten mochten vervullen. In tegendeel: de Reformatie, de Verlichting en de Industriële Revolutie bevorderden een ‘huiselijkheidscultus’ waarin de vroomheid, zuiverheid, onderdanigheid en huiselijkheid van de vrouw werd verheerlijkt. De geschiedenis laat òòk zien dat er altijd vrouwen zijn geweest die wèl hebben gepreekt en leiding hebben gegeven – vrouwen als Hildegard von Bingen, Christine de Pizan, Margery Kempe, Katherine Zell, Argula von Grumbach, Anne Askew om er een paar te noemen. Uiteindelijk kan dr. Barr haar centrale stelling dat het genoemde rolpatroon tussen man en vrouw on-Bijbels is niet echt bewijzen, ze kan het hooguit aannemelijk maken. Dat komt omdat de geschiedenis ons niet leert wat goed is of wat we zouden moeten doen, alleen wat we gedaan hèbben!

Wat de Bijbel zegt

Het is de vraag of God ons in de Bijbel een patriarchale verhouding vóórschrijft òf dat er patriarchale verhoudingen in de Bijbel voorkomen omdat de Bijbel in een patriarchale cultuur is geschreven. Is het een gevolg van de zonde? Of is het een misvorming van een in wezen goede en door God ingestelde verhouding wanneer mannen vrouwen overheersen en achterstellen in plaats van voorgaan en leiden? Dr. Barr denkt het eerste en haalt daarvoor bekende Bijbelse argumenten naar voren. Ze gaat er van uit dat zowel mannen als vrouwen gevolmachtigd zijn om met gezag op te treden omdat beiden geschapen zijn naar het beeld van God. Christenen die beweren dat vrouwen onderdanig moeten zijn aan mannen, zoals God de Zoon onderdanig is aan God de Vader wekken daarmee de oude ketterij van het subordinationisme tot leven. De Zoon ìs namelijk niet ondergeschikt aan de Vader, zoals de kerk heeft volgehouden tegenover wie dat wel beweerden en zoals we belijden in de belijdenissen van Nicea en Athanasius!

Hoe gaat het verder?

Niemand kan in de toekomst kijken en voorspellen hoe de wereld er morgen of over honderd jaar uitziet. We kunnen wèl iets zeggen over het hier en nu. Ik trek een paar persoonlijke conclusies naar aanleiding van dit boek:

  • Het debat in Amerika tussen verschillende christenen over de verhouding tussen mannen en vrouwen lijkt nog sterker gepolariseerd te zijn dan in Nederland èn lijkt consequenter omdat het niet inzoomt op de vraag of vrouwen ambtsdrager mogen zijn, maar op onze roeping als man, vrouw en mens voor Gods aangezicht en wat dit betekent voor àl onze verhoudingen.
  • ‘Gezag en leiding geven’ zit niet alleen in het nemen van beslissingen tijdens kerkenraadsvergaderingen, maar ook in met gezag Gods Woord spreken – al dan niet van achter een preekstoel of in een pastorale setting.
  • Diverse christenen die ik hoogacht en waar we volgens mij veel van kunnen leren blijken een (gedeeltelijk) andere visie op man-vrouw verhoudingen te hebben dan ik, zoals bijvoorbeeld C.S. Lewis, Tim Keller en John Piper. Aan de ene kant vind ik dit pijnlijk, maar aan de andere kant positief relativerend. Het laat me zien dat verschil van denken en doen ons niet direct van elkaar hoeft te vervreemden als christenen en dat we nog steeds bij elkaar horen als broers en zussen.
  • Het is zeker geen goed idee om een bepaalde kijk op de verhouding tussen mannen en vrouwen gelijk te schakelen aan vrijzinnigheid en een andere aan fundamentalisme. Dat lijkt me een beproefd recept om elkaar kwijt te raken.
  • De geschiedenis leert ons op zich niets over wat God wil, net zo min als biologische verschillen ons vertellen wat passend is voor mannen of vrouwen om te doen. De beslissing zal echt genomen moeten worden op grond van Gods Woord.

En de bruiloft?

Net als bij veel middeleeuwse trouwpreken die dr. Barr heeft geanalyseerd was er in deze dienst geen aandacht voor teksten die gaan over een vereiste onderdanigheid van de vrouw aan haar man als hoofd. Juist de bruidegom werd er als eerste op gewezen dat hij aan zijn vrouw gegeven werd als hulp, zoals zij aan hem gegeven werd als hulp en zoals God in Christus onze hulp is. Daar zeg ik graag ‘amen’ op!