Maar als mijn Congolese broeder laat weten dat hij in het ziekenhuis ligt, wil ik naar hem toe. Hij belde me vanmorgen om te vertellen dat hij nog een dag langer moest blijven dan verwacht. Vanavond, weer net voor de kerkdienst, belde hij weer. Ik beloofde om hem op te zoeken. Het ziekenhuis is maar 7 minuten bij ons vandaan. Even een half uur bij hem langs moet lukken.

Er hangt een lichte plasgeur in de zaal van 8 bedden. Hij zit op bed nr 23, en heeft een veel te groot ziekenhuishemd aan over een effen broek. ‘Steve Biko Academic Hospital’ staat er met grote letters op. Maar het gestreepte hemd laten me eerder aan een gevangenis denken. Hier kun je je niet thuisvoelen. Of veilig: zijn infuus had afgelopen nacht niet gewerkt, en de zusters deden niks! Wat een verschil met de 5-sterren behandeling die ik vorige week kreeg!

Hij is onzeker door de zorgen over zijn gezondheid.
Hij is ook gestresst door geldzorgen.
En vorige maand kreeg hij plotseling een uitzettingbevel en moest hij halsoverkop een advocaat zoeken om te voorkomen dat hij van z’n vrouw en kinderen gescheiden werd.
Dat is het leven van een vluchteling in Zuid-Afrika.

Angstig oog 2Jezus kijkt naar hem. Een opgejaagd schaap, zoekend naar veiligheid. Ik kijk naar hem. Met de ogen van Jezus.

Op dit moment ben ik de enige die hij hier kent.
Jezus komt even naast hem zitten. Ik kijk in zijn ogen en geef hem aandacht. Hij is een mens die telt. Hij is één van de schapen die Jezus aan mij toevertrouwd heeft.

“U hebt mijn rechterhand gevat” lezen we in Psalm 73. Zo geeft Jezus rust.