Zondagmiddag 3 december preekte ik over de wederkomst van onze Heer Jezus Christus. We lezen in de Bijbel dat Hij zal komen als rechter van hemel en aarde en zo belijden we het ook in artikel 37 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Naar aanleiding hiervan kreeg ik vanuit de gemeente een paar doorleefde vragen. In overleg met de vraagsteller geef ik hieronder zowel de vragen als mijn reactie weer.

Confrontatie?

‘In artikel 37 staat dat de mensen van elk ijdel woord dat zij hebben gezegd rekenschap moeten afleggen. Dat geldt dan natuurlijk ook voor elke ijdele daad en elke misdaad. Betekent dit dat God je ook met alle zonden waar je je diep voor geschaamd hebt, die je uitvoerig beleden hebt en vergeving voor ontvangen hebt, opnieuw confronteert? Ik lees in de Bijbel dat die zonden voor God verdwenen zijn. De schuld is weg. Waarom alsnog die confrontatie. Mooi is bijvoorbeeld Jesaja 44:22 en psalm 103:12.’

‘Bedankt voor je vraag of God ons confronteert met zonden waar we vergeving voor hebben gekregen. Inderdaad mooi en terecht zijn de Bijbelgedeelten waar je naar verwijst. Zoals Jesaja 44:22 waar God zegt: ‘Ik heb je misdaden als een wolk doen verdampen, je zonden als een ochtendnevel.’ Wat mij ook altijd aanspreekt is het slot van Micha (hoofdstuk 7:18-20) waar de profeet zegt: ‘Onze zonden werpt U in de diepten van de zee.’

Hoe we ons het laatste oordeel moeten voorstellen en hoe we het kunnen bevatten weet ik niet precies. Ik ben er vast van overtuigd dat God ons niet voor schut zal zetten en dat Hij geen oude koeien uit de sloot haalt. Jezus Christus zelf heeft onze schuld en schaamte op Zich genomen tot in de dood aan de schandpaal. In mijn beleving is dit heel confronterend voor wie er niet aan wil, maar heel bevrijdend voor wie op Hem hoopt.’

Bokken en schapen

‘Ik moest denken aan het verhaal van Jezus over de bokken en de schapen in Matteüs 25. Veel mensen zijn verrast door de positieve beoordeling die ze krijgen. Het gaat in dit hoofdstuk beslist over het laatste oordeel waar ook artikel 37 over spreekt, lijkt me. Hoe kijk je daar tegen aan?’

‘Inderdaad gaat dit verhaal over het komende oordeel en hoe dit ons in het hier en nu stimuleert om onze naaste lief te hebben. Voor veel mensen is het oordeel verrassend positief. Maar er zijn er ook voor wie het oordeel verrassend negatief uitpakt. Zij zijn zich van geen kwaad bewust en vinden zichzelf best heel goed.

Wat ik moeilijk vind is in de eerste plaats dat er hier op aarde vreselijke misdaden gebeuren. In de tweede plaats vind ik ontzettend om te bedenken dat er straks mensen voor eeuwig gestraft zullen worden, omdat zij niet naar God wilden luisteren en zijn vrijspraak niet wilden aannemen. Hier kan ik niet goed bij. Maar ik kan het wel in Gods vader hand leggen. Hij is te vertrouwen, kijk maar naar zijn Zoon!’