‘Samen met Christus zijn wij erfgenamen: wij moeten delen in zijn lijden om met hem te kunnen delen in Gods luister.’ Romeinen 8:17

Wat hebben corona, verbinding en het evangelie van Jezus Christus met elkaar te maken? Wat betekent het voor mij, voor de locale gemeente die ik als voorganger dien en voor de kerk wereldwijd? Dat was de hoofdvraag op de internationale conferentie ‘Corona, Connection and the Cross’ van afgelopen april. Over dezelfde vraag gaat dit essay waarbij ik bij mijn eigen ervaring begin, vervolgens de opbrengst van de conferentie en de gelezen literatuur oogst, om tenslotte een paar conclusie te trekken. Op deze site laat ik alle literatuurverwijzingen achterwege.

Persoonlijke impact

De coronapandemie kwam voor mij totaal onverwacht. Ik had wel berichten gehoord over een nieuw virus in China maar had niet gedacht dat het de wereld zò op de kop zou zetten. Opeens zaten we er midden in. Ik ben predikant in de gereformeerd vrijgemaakte gemeente van Harkstede-Meerstad en tijdens de eerste golf hadden we in de noordelijke provincies vooral te maken met de gevolgen van de lockdown. De meeste besmettingen vonden plaats in Brabant, de Randstad en het midden van Nederland. Er moest van alles afgezegd, geregeld en besloten worden. Nieuwe en heel diverse vragen drongen zich op en kwamen ook op de agenda van de kerkenraad: wat betekenen de persconferenties van de overheid voor onze gemeente, wat doen we met de erediensten en met het vieren van het avondmaal, hoe gaan we om met de pastorale zorg, welke looproutes moeten we handhaven enzovoort.

Er was veel saamhorigheid in de samenleving en in de gemeente. Binnen onze gemeente hebben we er voor gekozen om één onlinedienst per zondag te houden en die niet te veel te laten afwijken van wat we gewoon waren. Alleen de eerste avondmaalsviering na het doorbreken van de pandemie is niet doorgegaan, omdat we niet goed wisten hoe we dat op die korte termijn konden vormgeven. Daarna hebben we gekozen voor avondmaalsvieringen in de kerk, waarbij de gemeenteleden thuis kunnen meedoen. Ik heb in die eerste periode vooral veel gebeden voor de zieken en hun familie, voor de artsen en verpleegkundigen en de overheden. Ik heb me terughoudend opgesteld in het duiden van de pandemie – simpelweg omdat ik dat niet kan en me er niet toe geroepen voel.

In de zomer van 2020 hebben we samen met de plaatselijke Protestantse Kerk in ons dorp een coronaproof koffieterras georganiseerd voor iedereen die zin had om te komen. Dat was mooi en voorzag in een behoefte aan sociaal contact. Eind september hebben we een inventarisatie gedaan binnen de gemeente over de impact van de coronapandemie. De uitkomst daarvan hebben we op een gemeentevergadering gepresenteerd en besproken. Als gemeente zagen we destijds de volgende risico’s: het gemeente-zijn valt uit elkaar, minder kerkbezoek, minder betrokkenheid en verbondenheid, meer vereenzaming en verslapping van het geloof, vervreemden van je gemeente en het zal vooral lastig voor jeugd zijn om aangehaakt te blijven. Maar we zagen ook kansen: namelijk de kans om creatief te worden, nieuwe vormen te ontdekken, een goed voorbeeld te geven, meer bewust te worden van wat er werkelijk toe doet, meer online bereik, meer omzien naar elkaar. Wat ik erg jammer vond is dat we kort daarna moesten stoppen met de Alpha-cursus waar we op hoop van zegen mee waren begonnen. Online verder gaan met die cursus zagen we niet zitten. Het jeugdwerk binnen de gemeente kwam helaas ook grotendeels stil te liggen. Wel hebben we extra online samenkomsten gehouden om te bidden en meer ingezet op telefonisch contact en pastoraat. Vaak wisten en weten we niet wat we kunnen verwachten en waar we goed aan doen. Voor mezelf ben ik boeken gaan lezen om me te verdiepen in de thematiek, zoals: ‘Kerk in tijden van corona’ vanuit de Protestantse Kerk in Nederland en de Rooms-Katholieke Kerk in Nederland en België en ‘God en de pandemie’ van de Anglicaanse theoloog Tom Wright. Het internationale perspectief kreeg ik vooral mee via een enkel persoonlijk contact in India en mijn bestuurlijk werk voor Zuid-Afrika Mission ǀ Verre Naasten.

De tweede golf kwam dichterbij en was op een bepaalde manier zwaarder voor mij. Dit keer was er meer polarisatie in de samenleving en was het ook lastiger om binnen de gemeente op elkaar betrokken te blijven. Via mijn vrouw die als verpleegkundige in het Universitair Medisch Centrum Groningen werkt krijg ik wat inside-information mee vanuit de zorg. Het thuisonderwijs vond ik zwaar – hoewel ik weet dat het voor velen vele malen zwaarder was. Niemand uit mijn familie, vriendenkring of gemeente is op de IC beland. Ook tijdens de tweede golf zijn het vooral de indirecte gevolgen waar ik mee te maken heb. We hebben persoonlijk, binnen de kerk en de samenleving te maken met stress, frustratie en zitten vooral in de overlevingsstand. De vragen blijven komen: wat kunnen we doen, waar doen we goed aan, hoe komen we hier uit?

Tijdens de pandemie overleed mijn oma – niet als gevolg van het coronavirus – op een gezegende leeftijd. Ik ben blij dat ik daarvoor nog één keer bij haar kon zijn om afscheid te nemen. Ik heb voor haar gebeden en het ontroerde me dat ze vanaf haar sterfbed ook voor mij heeft gebeden, dat voelt gezegend. Voor mij persoonlijk heeft de coronapandemie me bevestigd in m’n geloof in Christus die gekomen is om ons te redden van al onze ellende en ons weer te verbinden met God en elkaar. Het besef dat de verlossing gericht is op hèèl de schepping is in deze periode ook alleen maar versterkt. Zoals Paulus het zegt in Romeinen 8: ‘De schepping is ten prooi aan zinloosheid (…) maar ze heeft hoop gekregen, omdat ook de schepping zelf zal worden bevrijd…’

Internationaal perspectief

Vanuit mijn persoonlijke betrokkenheid en belangstelling heb ik me opgegeven voor de internationale conferentie over corona, verbinding en het evangelie. Ik hoopte daardoor meer zicht te krijgen op wat er allemaal gaande is in de wereld en dingen te leren die ik weer kan inzetten in mijn eigen omgeving en in m’n rol als predikant. De deelnemers van de conferentie kwamen uit Afrika, Azië, Europa en Zuid-Amerika. Vanuit Nederland verzorgde dr. Hans Schaeffer de aftrap met een lezing waarin hij de kerk als uitlegger van het evangelie wees op het belang om hoopvol te reflecteren op de volgende vragen: 1. wat gebeurt er? 2. waarom gebeurt het? 3. wat zou er moeten gebeuren? en 4. wat kunnen wij doen?

In de eerste besprekingsronde kwam naar voren dat wat er gebeurt en welke bedreigingen en uitdagingen daarin meekomen voor de kerk wereldwijd nogal verschilt van land tot land. In Brazilië en India bijvoorbeeld zijn de problemen veel groter en basaler dan in Nederland. Zij worden veel harder geraakt door economische problemen en onbetrouwbaar- en falend overheidsbeleid. Tegelijk is er over alle grenzen en culturen heen ook veel herkenning: ‘We all cry with the same tears…’ De vraag wat er gebeurt is moeilijk te beantwoorden omdat er zovèèl gebeurt. We hebben niet alleen te maken met een gezondheidscrisis, maar ook met een politieke, economische, klimatologische en sociale crisis waardoor de verschillen tussen mensen alleen maar groter worden.

Ook over de vraag waarom deze pandemie plaatsvindt zijn we voorlopig nog niet uitgedacht. Welk aandeel heeft God hierin en wat is de rol van Satan? Hoe verhouden die twee zich tot elkaar? Daar komt dan ons eigen menselijke aandeel in alle gebeurtenissen nog bovenop. Hoe zit het daarmee? Waarom zouden we wel of juist niet over Gods oordeel spreken in deze crisis? Tom Wright pleit er voor om niet te snel te komen met antwoorden op de vraag waarom dit alles gebeurt en misschien wel nooit. In dezelfde lijn stelt prof. dr. Van den Toren-Lekkerkerker dat we misschien beter niet kunnen proberen te ontdekken waarom de pandemie plaatsvindt, maar wat de pandemie blootlegt. Wat brengt de pandemie aan het licht?

Vanuit Kenia geeft prof. dr. Esther Mombo een Afrikaans perspectief. Haar lezing sluit aan bij de derde vraag: Wat zou er moeten gebeuren? Hoe zou het huis dat wij als mensen met elkaar bouwen er uit moeten zien?’ De vraag hierachter is: ‘Wie is degene die weet hoe het huis er uit hoort te zien?’ En het antwoord is natuurlijk: ‘God!’ Wat leert Hij ons dus over wat er zou moeten gebeuren? De Bijbel spreekt duidelijk over mèèr dan het houden van de juiste erediensten en het dienen van de ware God, maar òòk over het doen van sociale gerechtigheid. Als de kerk van deze pandemie niets meer leert dan online diensten aanbieden, staat het er niet best voor…

Alles goed en wel, maar wat kunnen wij dan doen als we niet overzien wat er gebeurt, niet begrijpen waarom het gebeurt en wèl vanuit de Bijbel worden aangespoord om recht te doen en ons als een levend en God welgevallig offer in zijn dienst te stellen? J. Kwabena Asamoah – Gyadu herinnert ons er aan dat we zijn geroepen om Christus te volgen. God leert ons omgaan met het kwaad en met lijden en dat doet Hij langs de weg van Goede Vrijdag, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren. We mogen in de kerk van alle tijden en plaatsen leren van God èn van elkaar: niet alleen internationaal, maar ook door de tijd heen. Er zijn crises geweest en er zullen nieuwe crises ontstaan. De geschiedenis laat geslaagde en minder geslaagde voorbeelden zien van christelijke reacties in tijden van nood. De laatste keer dat Nederland door een pandemie werd getroffen was de Spaanse Griep van 1918 tot 1919.  Het belangrijkste verschil tussen nu en 100 jaar geleden is dat de kerken nu massaal de kerkdiensten niet fysiek door laten gaan en vooral steun en troost willen bieden, terwijl de kerkdiensten toen juist wel doorgingen en er vooral werd opgeroepen tot bekering. Maar ook al is de Nederlandse context van toen in allerlei opzichten anders dan die van nu, nog steeds biedt een crisis een gelegenheid om ons opnieuw tot God te keren. En wanneer we ons tot God keren komen we daarmee ook tot onszelf, dichter bij elkaar en bij de schepping. Vanuit deze houding kunnen we voorbede doen, onze nood klagen en de Bijbel lezen om aangespoord, bemoedigd en gecorrigeerd te worden. We krijgen daardoor meer en meer oog voor ongelijkheid en voor wat er scheef zit in ons en in onze wereld. We leren ons hier tegen te verzetten. Zo ligt er voor de kerk ook een kans en opdracht om in deze crisis Gods liefde te tonen!

Hoopvolle conclusies

De coronapandemie zet de verbinding tussen mensen onder druk en zorgt voor gebrokenheid en ellende. Het evangelie van Jezus Christus biedt daarentegen hoop op een betere toekomst, waarin er geen ruimte meer is voor ziekte, onrecht, dood en zonde. Persoonlijk is dit geloof voor mij een houvast en stimulans, juist te midden van ellende. Tegelijk blijft een crisis natuurlijk per definitie moeilijk. In mijn eigen situatie gaat het daarbij op dit moment vooral om de vraag: wat moet er gebeuren en hoe zetten we als kerk een stap in die richting? Voor zover ik kan overzien is het concept van integrale missie lang niet in alle Nederlandse gemeenten bekend en bestaat het gevaar dat we ons blindstaren op onze eigen problemen. Terwijl er ondertussen ook mooie dingen gebeuren, er kansen zijn en we in contact met anderen zoveel hebben te ontvangen en te bieden. Ondanks alle open vragen en onzekerheid over hoe het verder zal gaan met de pandemie waag ik het er op een paar conclusies trekken.

  • We kunnen er in tijden van crisis opnieuw bij bepaald worden wie we zijn als kerk en welke roeping we hebben: we zijn uitleggers van het evangelie en navolgers van Christus. Dat betekent ook dat we als volgelingen van Christus worden geroepen om mèt Christus te delen in het lijden van de huidige tijd en van de mensen om ons heen. Maar we hebben iets heel speciaals gekregen: het goede nieuws van Jezus Christus. Hij helpt ons om lijden te verdragen en hoop te hebben. Dat is uniek in deze wereld en biedt een wenkend perspectief. De vloek waaronder heel de schepping zucht is niet Gods wil, maar het gevolg van onze zonde. We zijn geroepen om te getuigen van de hoop die in ons is en de gevolgen van de zonde in navolging van Christus te bestrijden.
  • De vier vragen van dr. Schaeffer zijn een eenvoudig en bruikbaar instrument om de situatie in kaart te brengen. Ook als blijkt dat je op alle vragen geen of maar een heel beperkt antwoord kan geven. Het helpt om in onze eigen situatie te onderscheiden tussen verschillende fasen en verantwoordelijkheden, en behoedt voor al te makkelijke en eenzijdige opvattingen en gedragingen.
  • Bij het bepalen van een strategie doen plaatselijke geloofsgemeenschappen er goed aan zich te laten leiden door de uitgangspunten van integrale missie, zich te richten op de eigen context en te investeren in internationale verbondenheid. We leven in een global village. We hebben elkaar als christenen in ons eigen dorp of onze stad nodig, zoals we elkaar als christenen wereldwijd nodig hebben en zoals we elkaar als mensen wereldwijd nodig hebben. Het evangelie van Jezus helpt om afstanden te overbruggen, contact te maken en samen te werken. Als kerk zijn we er niet alleen om erediensten te houden en het evangelie te verkondigen, maar ook om recht te doen, trouw te betrachten en nederig de weg te gaan van onze God.

Daar wil ik me graag voor inzetten als voorganger in mijn eigen omgeving en samen met medechristenen en partners in binnen- en buitenland. Daar ben ik van harte voor gemotiveerd omdat ik Christus heb leren kennen en omdat ik niet alleen weet van het ontluisterende lijden van deze tijd, maar ook van de vrede en luister van Gods koninkrijk. Zoals Paulus al zei in Romeinen 8 vers 18: ‘Ik ben ervan overtuigd dat het lijden van deze tijd in geen verhouding staat tot de luister die ons in de toekomst zal worden geopenbaard.’