De schoolvakantie is voorbij en niet alleen de scholen gaan weer beginnen, we beginnen ook met een nieuw seizoen in de kerk. Het is in veel opzichten onzeker hoe het zal gaan. Het is spannend en er zijn meer dan genoeg redenen om je zorgen te maken. Toch mogen we er ook zin in hebben en er met vertrouwen aan beginnen. Want de kerk en ook de toekomst behoort niet aan ons, maar ze zijn van God. Hij zorgt ervoor en wij mogen met onze talenten met Hem meewerken.

Vòòr de vakantie heb ik een paar preken gehouden over de eerste vier van de tien geboden. We lazen in Jesaja over onze God die als geen ander is en die ons draagt, over zijn naam die heilig is en over zijn Zoon Jezus Christus die de naam boven alle naam gekregen heeft en over de dag van de HEER als een heilige dag en een dag van vreugde. Nu gaan we verder met de serie over de tien geboden vanuit wat de Here Jezus daarover zegt in de Bergrede.

Nu weet in niet hoe het u vergaat, maar ik voel me aangetrokken door wat Jezus daar zegt èn er door afgeschrikt tegelijk. Want wat Hij daar zegt is zò scherp en radicaal, dat ik er verlegen van word. Verlegen of boos of verdrietig of alles door elkaar. Hoe kunnen wij zijn woorden begrijpen en in de praktijk brengen?! Dat kan toch geen mens? Ik denk dat een dergelijke reactie ontstaat telkens wanneer onze bedorven goedheid botst op Gods volkomen heiligheid. Anders gezegd: in de Bergrede worden we geconfronteerd met Jezus zelf en dat kan zowel bevrijdend als pijnlijk zijn! Daarom probeer ik in de preken ook altijd Gods woord te laten spreken, zonder het af te zwakken of aan te passen aan onze wensen. Laat het Woord van God maar tot ons doordringen tot in het diepst van ons wezen!